1 Vrij verkeer van werknemers: niet van toepassing op arbeidskrachten uit nieuw toegetreden EU-lidstaten
(Verschijningsdatum: 28.10.2008)
1.1 Principe
1.2 Sancties
1.3 Knelpuntberoepen
(registreer of log in om het volledige artikel te lezen)
1.1 Principe
Binnen de Europese Unie geldt het vrij verkeer van werknemers. Dit betekent dat onderdanen van één van de lidstaten vrij in elke lidstaat kunnen werken, zonder dat een arbeidsvergunning of arbeidskaart moet aangevraagd worden.
Dit geldt evenwel niet voor de volgende zogenaamde ‘nieuwe EU-lidstaten’: Tsjechië, Slowakije, Letland, Slovenië, Polen, Hongarije, Litouwen, Estland, Bulgarije en Roemenië. Onderdanen van deze lidstaten moeten wel over een arbeidskaart beschikken om op Belgisch grondgebied als werknemer te kunnen werken. Deze verplichting, die oorspronkelijk gold tot 1 mei 2006, werd verlengd tot uiterlijk 1 mei 2009 en tot 31 december 2008 voor onderdanen van Bulgarije en Roemenië.
1.2 Sancties
Bij niet-naleving van de reglementering inzake arbeidsvergunningen en arbeidskaarten gelden zware strafsancties:
- gevangenisstraf van een maand tot een jaar en/of geldboete van 6.000 tot 30.000 EUR (x 2,5) – de geldboete wordt zoveel maal toegepast als er buitenlandse onderdanen betrokken zijn geweest bij de begane inbreuken;
- tijdelijke of definitieve, gedeeltelijke of volledige sluiting van de onderneming;
- betaling van een forfaitaire vergoeding voor de kosten van repatriëring en voor de kosten van huisvesting, verblijf en gezondheidszorg van de betrokken buitenlandse werknemers en van de leden van hun gezin die onwettig in België verblijven.
Indien de Arbeidsauditeur niet zou overgaan tot vervolging, kan een administratieve geldboete worden opgelegd. Het bedrag ervan varieert in functie van de aard van de inbreuk maar kan oplopen tot 12.500 EUR. Deze boete wordt vermenigvuldigd met het aantal werknemers in overtreding, zonder maximumgrens.
1.3 Knelpuntberoepen
Wanneer men onderdanen uit de hoger aangehaalde nieuwe EU-lidstaten wil tewerkstellen in een zogenaamd ‘knelpuntberoep’, dan kan men op relatief eenvoudige wijze een arbeidsvergunning/arbeidskaart bekomen. De knelpuntberoepen zijn beroepen waarvoor er zich een tekort aan arbeidskrachten voordoet op de arbeidsmarkt. Elk gewest heeft een eigen lijst met knelpuntberoepen. Aldus bestaat er een lijst voor Vlaanderen , voor Brussel , voor Wallonië en voor de Duitstalige gemeenschap.
Een arbeidsvergunning/arbeidskaart voor een knelpuntberoep wordt, voor Vlaanderen, aangevraagd via een modelformulier. Bij dit modelformulier worden volgende documenten gevoegd:
- een kopie van de arbeidsovereenkomst;
- een kopie van de identiteitskaart van de werknemer;
- een kopie van de verblijfsvergunning indien de werknemer reeds in België verblijft.
De aanvraag gebeurt door de werkgever aan de bevoegde migratiediensten.
Volledigheidshalve merken wij op dat de betrokken werknemers voor hun verblijf in België ook nog de nodige formaliteiten moeten vervullen bij de bevolkingsdienst van hun verblijfplaats (aanvraag van de nodige verblijfsdocumenten).
De arbeidsvergunning voor een knelpuntberoep wordt in principe afgeleverd binnen de vijf werkdagen na de aanvraag. De bevoegde overheid houdt een elektronisch bestand bij met toegekende arbeidskaarten, dat vergeleken wordt met de DIMONA-gegevens.
noot:
Art. 38ter, § 1 K.B. 9 juni 1999 houdende uitvoering van de Wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers en art. 38 sexies K.B. 9 juni 1999, zoals gewijzigd door het K.B. van 24 april 2006.K.B. van 19 december 2006 tot wijziging van het K.B. van 9 juni 1999 naar aanleiding van de toetreding tot de Europese Unie van Bulgarije en Roemenië, B.S., 28 december 2006.
Art. 12 e.v. Wet 30 april 1999.
Waarbij moet opgemerkt worden dat in principe dergelijke inbreuken strafrechtelijk vervolgd worden en de administratieve geldboete dus eerder de uitzondering is (cfr. art. 5, § 2 Wet Administratieve Geldboeten van 30 juni 1971).
Art. 1bis, § 1 Wet Administratieve Geldboeten.
Art. 11, lid 2 Wet Administratieve Geldboeten.
Dit tekort moet, in tegenstelling tot de ‘normale’ regeling voor de aanvraag van een arbeidsvergunning / arbeidskaart, niet meer aangetoond worden door de werkgever (art. 38 quater, § 3, K.B. 9 juni 1999).
B.S., 18 mei 2006.
B.S., 16 mei 2006.
B.S., 11 mei 2006.












